#fotovandedag, Toneel, Via social media gedeeld, Yvonn

Foto’s van het weekeinde – 1 t/m 3 april

Het was fijn!
Na een ware zoektocht naar de juiste personages, een fantastische lokatie, ‘passende’ kleding, de mooiste pruiken, de juiste grime en alles wat ik nu zomaar even vergeet, door alle zo ontzettend fijne, lieve, toegewijde mensen hadden we donderdagavond de vertrouwenwekkende generale afgevinkt.
Het werd vrijdag, het werd april, het werd mooi weer en we speelden een heerlijke voorstelling voor enthousiast publiek!

001

Voor ik het wist was het zaterdag.
Ik deed iets met de was. Iets met een kind naar jazzdance brengen. En eh… ja, niet zo veel eigenlijk. Iets met wachten tot het laat genoeg was om me klaar te maken voor de volgende voorstelling. Voorstelling waar Marc naar zou komen kijken. Maar ook Brecht. En Joep. En Madelief.
Niet omdat het zo’n voorstelling voor kinderen was, integendeel. Wel omdat zij het leuk vonden om mij te zien spelen. Wel omdat ik het leuk vond dat zij mij zouden zien spelen. Wel omdat creativiteit, kunst en cultuur altijd goed zijn!
Altijd. Toevallig.
Maar helemaal als je moeder er aan mee doet.

002

En toen gingen we weer spelen.
En het werd weer goed. Anders. Denk ik.
Het werd eh… *zoekt naar het juiste woord* … strakker. Scherper. Zoiets.
En het publiek -met Brecht, Joep en Madelief- was wederom enthousiast.

003

De zondag lag leeg voor ons.
Met mooi weer op de planning.
Madelief mocht met een vriendinnetje zomaar nog meer cultuur gaan snuiven.
Totaal andere koek. Alice in Wonderland.
Joep had wel genoeg cultuur genoeg gesnoven.
Wilde zijn eigen ding doen.
Ook creatief. Maar dan anders.
Zich daar lekker bij voelen.
Zoals dat bedoeld is.

Dus ging ik met Brecht en haar beste freundinnetje (BFF is een hele stomme term…) en de rest van Nederland naar het strand.

3 april 1

3 april 2

3 april 3
Genieten van zon. Genieten van gebrek aan wind. Genieten van de lente.
En ik genoot van het gezelschap.
Het gezelschap dat er voor zorgde dat ik bij thuiskomst het fijne weekeinde afsloot.
Met het kakken van pannenboeken.

3 april 4

Het was fijn.
En nu ga ik een weer een werkweekje normaal doen.
En dan vrijdag weer zenuwachtig worden.
Lekker zenuwachtig.
In de hoop nog drie (drie!!) fijne, mooie, lekkere voorstellingen te gaan maken!

Advertenties
Standaard
#fotovandedag, Toneel, Via social media gedeeld, Yvonn

Foto van de dag – 1 februari 2016

Op 1, 2, 8 en 9 april speelt Twee Hondjes ‘Maria Stuart’ van Dacia Maraini.

En ik zeg: Komt dat zien!!

Het was wellicht al duidelijk dat ik mee speel; het is mij wel duidelijk dat het mooi wordt en binnenkort maken we ook nog bekend wààr we spelen!

En. En. En! De kaartverkoop begint ook binnen afzienbare tijd!

Voor meer info kunt u nu alvast kijken op http://www.tweehondjes.net (vooral doen…) maar wilt u ook op de mailinglijst, en tijdig uw kaarten kunnen reserveren? Laat me dat dan nù even weten!!

Tot april!!
Toch?

image

Standaard
#fotovandedag, Bla Bla Bla, Toneel, Via social media gedeeld, Yvonn

Foto van de dag – 24 januari 2016

Onder de douche al je eigen teksten achter elkaar opzeggen.
Tussendoor de ongeveertekst van de tegenspeler. Als ik die weet.
Tekstboek ver weg waardoor iedere mogelijkheid om stiekem te spieken ver weg is.
En dan achteraf pas kijken.
Of het ging zoals het hoort te gaan.

Het werkt bij mij altijd wel goed.
In de fase waarin ik denk dat ik klaar ben met het echte stamp-werk.
Het legt (geheel passend bij de lokatie….) pijnlijk bloot welke teksten nog niet lekker zitten; dat je nog niet weet welke losstaande scènes achter elkaar zitten en waar ik het écht helemaal niet weet waar ik dat met het tekstboek op schoot nog wel leek te weten.

Mijn wandelingetje naar het station is ook een fijn moment voor deze techniek.
Of als ik niet in slaap kan komen.
Of juist als ik te vroeg wakker ben.
Of -zoals vandaag- tijdens het opvouwen van de was.

En dan steeds die ene claus die niet lekker loopt.
Sokkenbol na sokkenbol hakkelen op de juiste volgorde.
Ik heb het tekstboek er toch maar bij gepakt.
Straks onder de douche maar weer een nieuwe poging wagen.

image

Standaard
Joep, Toneel

Het zwarte gat

En ik maar denken dat het leuk was.
Joep naast mij in een klein rolletje in een toneelstuk.
En het was ook leuk!
Reken maar.
Maar nu…

Joep is in het zwarte gat gevallen.
Ik ken het wel.
Je hebt gewerkt naar een climax.
Je geniet je te pletter van die climax.
En dan zou het allemaal maar weer normaal moeten zijn.
Iedereen doet weer normaal.
Dus moet jij ook.
Terwijl die climax nog in je lijf zit.
Terwijl jij nog wat zweeft.
Nog wat suddert.
Nog niet helemaal hersteld bent.
Nog niet normaal kunt doen.

Ik ken het wel.
Ik moet ook vaak weer even landen.
Want wie zegt dat toneelspelen ‘in de huid van een ander kruipen’ is,
die heeft het mis.
Toneelspelen.
Dat is ‘iemand toelaten onder jouw huid’.
Daar heb je lef voor nodig.
Al zeg ik het zelf.
Want je moet het maar goed vinden!
En die iemand, die moet er dan langzaam weer uit.
En -geloof het of niet- ook daar heb je lef voor nodig!
Want het voelde zo vertrouwd.
Zo gewoon.
Zo veilig.
Maar toch…
Die iemand gaat weg.
Nooit helemaal.
Maar er is nooit meer iemand die die iemand ziet.
Hooguit als een herinnering aan het verleden.
Terwijl jij liever hier-en-nu bent.

Echt.
Geloof me.
Het is best ingewikkeld.
Tekst leren is daarbij vergeleken  een peulenschil.
Daar lach je later om.
Blijft bovendien nog tijden zitten.

Maar dat zwarte gat.
Da’s even wennen.
Da’s best even schrikken.
Daar moet je even doorheen.

Joep heeft er last van.
Van het zwarte gat.
Hij vindt de dagen na zijn rol als sluiswachtertje ‘niet leuk meer’.
Praat zelfs over ‘pesten’.
Al kan hij dat niet echt uitleggen.
Want.
Joep heeft last van het zwarte gat.

En ik maar denken dat het leuk was.
Joep naast mij in een klein rolletje in een toneelstuk.
Maar nu….
Het gaat gewoon goed met Joep, hoor.
Maar.
Ik vrees dat Joep besmet is.

extra

Standaard
Joep, Persoonlijk, Toneel, Yvonn

Het mirakel van de sluis

Ik ben geen mens van grote gezelschappen.
Of gezelschappen met (veel) mensen die ik nog niet of nauwelijks ken.
Dan ga ik aan de zijlijn staan.
Om de boel eerst een beetje te bekijken.
Het zal niet voor het eerst zijn dat ik los kom op een eindfeest(je).
Dat mensen me dan pas leren kennen.
Dat neem ik me niet op die manier voor. Dat gebeurt gewoon.

Dit weekend was er weer een eindfeest(je).
Van ‘Het mirakel van de sluis’.
Ter ere van de heropening van de Stolwijkerschutsluis.
Ik had een klein rolletje als de moeder van de sluiswachter
toen die laatste nog een jaar of zes was.
Altijd leuk om zo’n radertje te zijn,
in het spektakel dat het eindresultaat is.

Maar dit spektakel was extra bijzonder.
Want mijn zoontje in het stuk, dat sluiswachtertje van een jaar of zes,
Werd neergezet door….
Mijn zoontje van een jaar of zes!

Wat een feest was dat!
Al na één repetitie
– speciaal voor Joep extra vroeg gepland –
Liet Joep weten dit wel vaker te willen.
Zijn overall, zijn klompen en zijn pet
Bijna plechtig trok hij ze aan en zette hij ‘m op.
Na koningsspelen en zwemles volgde de generale.
Tot Joep zijn plezier al met schminck en microfoontje op zijn wang.

Na het bekijken van het toneel; inspecteren van iedere trede van de tribune; wildplassen achter de tribune; goeie gesprekken op en over die tribune; dansen op de muziek van de mirakelse band; het dijkleger en de evacuees bekijken en heel veel heen-en-weer lopen op ‘ons dijkje’, was het zover.
De daadwerkelijke generale begon.
Vanaf een koude en winderige tribune keken we toe.
Joep luisterde goed naar het –best wel lange- verhaal van de sluiswachter.
Joep luisterde aandachtig naar gesprekken in de kroeg en aan boord van de Quo Vadis.
Joep keek naar de beelden van de stormramp in 1953. En naar de het filmpje van de dijkgraaf in zijn prachtige auto.
En Joep telde de scènes.
“Nu komt skenne 10.”
(Hij zat er maar eentje naast; het was scène 11…)

Onze scène kwam.
We gingen klaar staan.
En we deden ons ding.
“Ik moet geen spek!”
Zei Joep. En als gevolg van microfoontje op zijn wang, hoorde Joep ook zelf dat het hard genoeg was.
Na afloop van onze scène gingen we weer terug op de tribune.
Met nog een extra jas tegen de kou.
En Joep bleef kijken.
En alles volgen.
Terwijl hij dicht tegen me aan zat.
En terwijl ik zijn handen warmde.
Drukte hij een kus op de mijne.

Ik wees hem op een overvliegend vliegtuig.
Joep zag hem ook.
“Als het een vallende ster was, mocht ik een wens doen.”
Van mij mocht hij dat toch wel doen.
Ik zag hem denken en gelijk de scène weer volgen.
Vlak voor de laatste scène begon, wist hij zijn wens.
En deelde hem met mij.
“Dat ik nog maar heel veel toneel mag spelen.”

Moe en koud maar vol van adrenaline zat hij even later bij me achter op de fiets.
Met heel veel lieve reacties in zijn achterzak.
Ik zei dat ik trots op hem was.
En hoorde hem tegen mijn rug zeggen.
“En ik op jou.”
Zaterdag gingen we ‘voor het echt’.
Eerst eten en de laatste regie-aanwijzingen.
En heel veel aaien over zijn bol.
Simpelweg poseren voor de vele foto’s die van ‘m gemaakt worden.
Weer de tribune inspecteren.
Op-en-neer lopen naar de toiletwagen.
Ons dijkje inspecteren.
Weer naar het toneel, briefjes in de kroeg lezen.
Een flesje appelsap.
Weer schminck.
Weer dat microfoontje; de zender stoer in zijn broekzak.

We proberen een plekje bij de mensen van het licht te bemachtigen.
En worden beloond met een plekje achter in ‘het busje’.
‘Het busje’ dat bovendien dicht kan. We zitten warmer en uit de wind!
Joep gaat op zijn knieën zitten; kijkt door de passagiersstoelen door en volgt weer alles wat de sluiswachter zegt en doet.
Verveelt zich geen moment.
We praten niet.
Want Joep kijkt naar wat ‘ie zien kan.
(Terwijl ik stiekem mijn twittertimeline check….)

Als de scène voor ‘de onze’ begint, doet ‘ie al uit zichzelf zijn jas uit.
“Want wij zijn zo, mamma.”
Ik geef hem gelijk. Doe de mijne ook uit.
En we gaan op.
We lopen heen en weer.
Zoals in het script staat.
Ik wijs Joep op de molen, op de bootjes en op de waterstand.
Omdat de tekst van de sluiswachter nog niet op is, wijs ik ook nog op de ster in de heldere lucht boven het toneel.
Joep moet weer precies op het goede moment geen spek.
En als we ‘de set’ af gaan, kruipt Joep weer in ‘het busje’ en in zijn jas.
Ik vertel hem zachtjes dat ik zooooo trots op hem ben.
Niet alleen omdat ‘ie het goed gedaan heeft.
Maar veel meer nog omdàt ‘ie het gedaan heeft.

“Als ze dat twee jaar geleden tegen me hadden gezegd, had ik het niet kunnen geloven.
Maar jij wilde dit gewoon graag en dus deed je het. Zoals het je werd gevraagd. Of het nou eng was of niet. En dat vind ik zoooo knap.”

Hij zou het zelf ook niet geloofd hebben, vertelt ‘ie me terwijl hij op zijn knieën naast me komt zitten.
Hij pakt mijn gezicht. Drukt een zoen op allebei mijn wangen. En op mijn mond. Kijkt me in mijn ogen.
“Ik ben ook trots op jou. Dat jij dit allemaal zegt.”

In de laatste scène verruilen Joep en ik ‘het busje’ voor een plekje achter het toneel.
Om ons applaus te kunnen halen.
Op weg daar naar toe, is het Joep die op een ster wijst.
“Ik denk dat dàt opa Ton is.”
Ik heb daar zelf geen moment aan gedacht.
Laat staan dat ik zijn naam heb laten vallen.
“En straks ziet opa Ton dat alle mensen voor ons gaan klappen.”
Ik struikel zo’n beetje de ‘artiesteningang’ in.

We halen ons applaus.
Joep danst wat op zijn klompen.
Klapt voor spelers, techniek, muziek, regie en organisatie.
We zijn twee van de velen in een groot gezelschap.
Van hard werkende, lieve, mooie mensen.
Die daarna terecht een feestje gaan vieren.

Joep en ik zijn er niet bij.
Joep is geen mens van grote gezelschappen.
Of gezelschappen met (veel) mensen die hij nog niet of nauwelijks kent.
Dan gaat hij aan de zijlijn staan.
Om de boel een beetje te bekijken.
Ooit gaat Joep ook in zulke groepen los komen.
Misschien wel op een eindfeest(je).
Dat mensen hem dan echt leren kennen.
Dat heeft Joep zich dan voorgenomen.
Dat dat op zijn manier gebeurt.
Dat gebeurt niet zomaar. Dat bepaalt hij.

Maar voor nu was dat nog een brug, pardon: een sluis, te ver.
En – niet geheel onbelangrijk-
Het was best wel een beetje bedtijd.
Voor Joep die best wel een beetje moe was.
Maar gelooft u mij.
Ons feestje was compleet.

mirakelJoepenik

Met dank aan Maaike voor deze fijne foto!
Standaard
Brecht, Joep, Madelief, Toneel

Gelukkig hebben we de foto’s nog!

Veel van onderstaande tekst komt niet uit mijn koker.
Evenmin als de foto’s.
Beiden plukte ik zojuist van de website van de school.
Hoe trots ik was, schreef ik (als u het goed begreep…) namelijk al in mijn vorige logje.

Want het Grote School Project eindigde dit jaar niet, zoals ‘gebruikelijk’ in een tentoonstelling in de school, maar ….. in een voorstelling in de grote zaal van de goudse schouwburg!!
(Hoe cool is dat?!)

Zo’n 800 ouders, grote en kleine broers en zussen, opa’s en oma’s , en ooms en tantes of weet-ik-wie-allemaal zagen donderdagavond 4 april de voorstelling ‘De kroning van de koning’ die team en kinderen knap en mooi en goed in elkaar hadden gezet.
De juiste ingrediënten voor een geslaagde voorstelling!
De directeur van de school schreef er – nog net diezelfde avond-  het volgende over:

Wat was het een mooie avond in de Goudse schouwburg. Alle kinderen schitterden op het podium. Er werd gedanst, gezongen en prachtig toneel gespeeld. De zaal zat vol met enthousiast publiek.
Koning Willem was zijn kroon even kwijt. Met de magische kroon op het hoofd van Brammetje zag het publiek verschillende tijdvakken voorbij komen. De bovenbouw ging terug naar de prehistorie, met de verhalen rondom het kampvuur. De Griekse goden en het paard van Troje door de middenbouw. De kleuters als muzikanten uit de Middeleeuwen. Het circus uit de nieuwe tijd van de onderbouw.  Het was een feest om het allemaal te zien. Kinderen, team en hulp-ouders bedankt voor de prachtige voorstelling.

Uiteraard was voor iedere ouder een ander moment het allerallerallermooist.
Ik had persoonlijk drie werkelijk allermooiste momenten, niet geheel objectief gekozen.
Twee daarvan werden vastgelegd tijdens de voorstelling, de derde tijdens de generale repetitie die ’s morgens werd gehouden.

Typisch gevalletje van “Gelukkig hebben we de foto’s nog!”

kroning van de koning Brecht

Dat geconcentreerde grietje.
Links.
Mijn eigen sirtaki-danseresje.

kroning van de koning Joep

Dat meisje in het midden.
In haar elleboog. Zo ongeveer.
Het koppie van mijn persoonlijke doekjes-jongleur.


kroning van de koning Mief

Hier nog in eigen kleding.
Tijdens de voorstelling gehuld in een doos-als-paard; grijze broek en zelf geverfd t-shirt.
En misschien nog wel enthousiaster door de bocht.
Mijn kleinste raspaardje.

Standaard
Brecht, Joep, Madelief, Toneel, Yvonn

Want het één kan niet zonder het ander

Ik moet een jaar of zes geweest zijn.
Toen ik heel even alleen thuis was.
Omdat mijn moeder bij mijn oudtante moest zijn.
Voor heeeel even.
En die woonde honderd meter verderop.
Toen kwam Frans Halsema op de radio.
Zong ‘Voor haar’.
Zo, dat ik er kippenvel van kreeg.
En tranen in mijn ogen.
In maakte er uit op verdrietig te zijn.
En dacht dat het kwam omdat mijn moeder niet thuis was.
Dat ik bang was.
Zonder haar.

Niet dat ik Frans Halsema nou zo vaak hoorde.
Maar was dat het geval,
dan kwam dat gevoel weer terug.
Het kippenvel.
De natte ogen.
En ik ontdekte dat het geen verdriet was.
Maar de schoonheid.
Van herinnering.

Zo heb je van die liedjes.
Of je ze nou mooi vindt of niet.
Die dat met je doen.

Zo brengt ‘Me, myself and I’ van De la Soul me weer terug naar ‘kolderdag’. De laatste schooldag voor mijn havo-examen.
Net zo makkelijk zit ik weer onzeker in een vage bar met mede-studenten. Te hard meebrullend met ‘Losing my religion’ van R.E.M.
En niet veel later erger ik me in de fabriekshal van mijn eerste vaste werkgever aan Sky Radio en alwèèr ‘I believe I can fly’ van R.Kelly door de speakers.
Met ‘Kissing you’ van Des’ree knal ik weer een cassettebandje vol met liefde.
Door Creedence Clearwater Revival met ‘Bad moon rising’ speel ik weer dat ene toneelstuk. En met ‘Perfect day’ door Lou Reed  weer die monoloog.
Ik loop weer met dikke tranen over mijn wangen de kerk uit na de uitvaartdienst van mijn vader tijdens ‘The end of the show’ van The Cats.
En ik dans weer door de kamer met een peuter en twee babies op ‘Oya lele’ van K3.

Zo heb je van die liedjes.
Of je ze nou mooi vindt of niet.
Die doen dat met je.

Ik weet natuurlijk niet waar u donderdag 4 april 2013 was.
Maar als ik ooit weer ‘Pak maar mijn hand’ van Nick en Simon hoor,
zit ik weer op de eerste rij van het eerste balkon van de Goudse Schouwburg.

voorstellingcarrousel

Op deze manier mijn respect, dank en complimenten voor en aan het team en alle leerlingen van De Carrousel voor een geweldige prestatie die jullie hebben geleverd met het spetterende slot van het grote school project van dit jaar!!

Standaard