Brecht, Niet via social media gedeeld, Persoonlijk

Dans

Dertig keer
Zo’n twintig meisjes
Dansen op de maat
En op de beat
Of in de flow

Meisje naast me
Kijkt met me mee
En jij wordt nummer twee

Dertig keer
Zo’n twintig meisjes
Altijd leuk
Als er opeens
Een jongen tussen staat

Eén van die meisjes
Is van mij
Daarom
Ben ik er bij

Meisje naast me
Ook van mij
Kijkt dus
Enthousiast
Ontroerd wellicht
Naar haar zus

Mijn dochter danst
Tussen zovelen
Wil de beat
De flow
De maat
Graag delen

Mijn meisje danst
En geniet
Van beat
Van flow
Van show
Ze straalt
En haalt
Met gemak
De trots in mij
Naar boven

Ik kijk
Hoe ze danst
Hoe ze straalt
Hoe ze geniet
En
Naar borrelend klein verdriet
Want wie dit ziet
Haar vader niet.

 

 

 

Advertenties
Standaard
Niet via social media gedeeld, Persoonlijk

Op mij


Ik hou niet meer
Vertrouw niet meer
Maar ben ook niet meer boos

Niet omdat ik jarenlang niet naar mijn intuïtie luisterde
Dat knagende gevoel afdeed als ‘iets stoms van mij’
Niet omdat ik mijn instinct negeerde
Niet wilde weten wat mijn voorgevoel me leerde.
Niet omdat ik me al zo lang zo vaak zo eenzaam voelde
Maar jou je ruimte gaf
Niet omdat ik mezelf eigenlijk ook wel wat had gegund
Momenten en situaties zag die fijner hadden gekund
Niet dat ik dat soms niet meer kon verbergen
Niet omdat ik denk dat dat er niets mee te maken had
Meer dat het ander het gevolg was van het één
Niet iets van mij alleen.
Niet omdat ik mijn andere wang toekeerde
Een tweede klap verwachtte
En toen toch schrok
Hoe hard die was.
Door zo gruwelijk lang al.
En walging met zoveel afgrijzen uitgespuwd.
Niet omdat ik serieus ging twijfelen aan mijzelf
Omdat ik volledig van mijn sokken was geblazen
Niet meer wist wat te denken
Wat te voelen
Laat staan wat te doen.
Niet omdat ik huilend in slaap viel
Stiekem wachtte op beterschap
Alsmaar hopend op een excuus
Overtuigend
Gemeend

Maar ook niet
Omdat ik de waarheid verzweeg
En daarmee dus loog
Omdat ik me terug trok
Me afsloot
Weinig interesse toonde
Wel wat attenter had kunnen zijn
Je alleen liet tegen alle beloften in
Je niet wilde kwetsen
Maar dat al met al juist deed
Omdat ik wel weet dat ik je pijn deed
Onnodig en onverdiend
Maar dat niet fatsoenlijk toe gaf
Het gewoon niet kon.
Omdat ik mijn kop in het zand stak
Alsof dat het enige logische was
Van jou hetzelfde verwachtte
Terwijl je het misschien allemaal fout interpreteert
Maar je geen andere optie laat

Ik hou niet meer
Vertrouw niet meer
Maar ben ook niet meer boos
Op mij

Ik weet nu
Wat ik me zelden eerder realiseerde
Dat ik best een beetje lief was
En leuk
Loyaal
Te vertrouwen
Misschien zelfs om een beetje van te houden
Allerminst koud
Of kil
Of zelfs allebei.
Maar bovenal een mens
Die zich niets heeft te verwijten
(Misschien wel wat meer had verdiend!)

 

Ik hou niet meer
Vertrouw niet meer
Maar
– Eindelijk! –
Heel voorzichtig
Steeds iets meer
Wel weer
Een heel klein beetje
Op mij.

Standaard
#fotovandedag, Niet via social media gedeeld, Persoonlijk, Yvonn

Tasten in het duister (Foto van de dag – 17 januari 2016)

Het is 17 januari 2016.
We hebben negentien jaar verkering.
Niet dat we ooit aan elkaar gevraagd hebben of we verkering wilden.
Of tegen elkaar hebben gezegd dat het ‘aan’ was.
Maar op 17 januari 1997 was er geen houden meer aan; viel er niks meer te ontkennen; gebeurde dat wat we al maanden probeerden te voorkomen.

Het was vrijdag.
Uit het werk gingen we wat drinken.
Na een drankje én een hapje bracht je me naar het station.
Er hing iets in de lucht.
Een sfeer van onvoorkoombaarheid.
Als die al zou bestaan.
Schimmig licht van een lantaarn.
In een donkere, koude, kille nacht.

Als altijd stap ik uit de auto aan de Bloemendaal-zijde van het station.
‘De achterkant van het station’.
Er is daar niets.

Braakliggend terrein.
Hekken.
Een oud verloren pand.
Een plein met fietsenrekken.
Meer fietsen dan er in passen.
Een bewaakte fietsenstalling.
De ingang naar de tunnel onder de perrons van het station door.
De slecht bestrate parkeerplaats langs de drukke weg naar en van een onbegrijpelijk verkeersplein.

Op die parkeerplaats gebeurt het.
Voor ik door de tunnel loop.
Trillend op mijn benen.
Mijn hart bonkend in mijn borstkas.
Naar de andere kant van het station.
Om daar mijn fiets te pakken.
Naar huis te rijden.
En er niets over te vertellen.

Ik klapte bijna uit elkaar.
Snapte niet dat het me lukte.
Om te zwijgen over iets zò echt.
Dat de schijn tegen heeft.
Om maar te zwijgen over de omstandigheden.
Maar zo écht.
Dat het onmogelijk fout kon zijn.
Ik wist niet precies hoe het gebeurd was.
Maar ik wist -verdomd goed-
Wat er gebeurd was.
Dat het gebeurd was.

Vandaag – negentien jaar later.
Brecht gaat met drie vriendinnen naar de bioscoop.
De bioscoop aan de Bloemendaalzijde van het station.
Naast het nieuwe gemeentehuis.
Ertussen de overkapping van het spoor naar het station.
Met ov-chippoortjes.
Een mini-Starbucks hutje.
Bij een hernieuwde fietsenstalling.
Bewaakt en onbewaakt.
Met verderop een kantoorpand en een parkeergarage.
Waar ooit een verloren pand stond.
Allemaal langs een verlegde, drukke weg naar en van een wijdser, maar nog steeds zeer gevaarlijk verkeersplein.
Compleet met kiss-and-ride zone.

Wij gingen samen wonen.
Verhuisden nog twee keer.
Van flat naar huis naar groter.
Kregen drie fantastische kinderen.
Trouwden tussendoor.
Vanwege hen.
Zorgden.
Voor hen.

Er is de afgelopen negentien jaar zo enorm veel veranderd.
Mijn herinneringen zitten er ongetwijfeld op details hier en daar wat naast.
Maar ik weet nog hoe het was.

Hoe het nu is.
Anders.
Kan ik met mijn eigen ogen zien.
Dagelijks.
Het parkeerterrein ligt er vervallen bij.
Want verwaarloosd.
De omgeving bijna onherkenbaar veranderd.

Ik weet hoe het was.
Ik zie hoe het is.
Maar gek genoeg.
Heb ik werkelijk geen idee.
Ik wist dat er wat gaande was.
Ik zag het allemaal veranderen.
Ik weet -verdomd goed- dat het gebeurd is.
Maar wat er nou precies gebeurd is.
Ik heb werkelijk geen idee.

Het is een koude, kille nacht.
Schimmig licht van een lantaarn.
Getuige van het einde van weer een dag.

image

Standaard
#fotovandedag, Niet via social media gedeeld

Foto van gisteren – 25 december 2015

Ik ben niet goed in kerstdagen.
Ik houd niet van grote gezelschappen maar die uitdaging hoef ik niet aan; we zijn twee dagen gewoon met z’n vijven. Dagen als zoveel andere zondagen dus.
Maar waar ik normaal al de neiging heb het iedereen naar de zin te willen maken (ook mezelf!), zou ik met feestdagen graag een tandje verder gaan; feestdagen zijn bijzondere dagen en het zou zo leuk zijn als die warme herinneringen op blijven roepen. Ik wil geen dag zoals andere zondagen.
Veel verveling, gekibbel, individueel tijdverdrijf, koptelefoons hebben zich genesteld in mijn voorstelling van kerst 2015. En ik word er niet blij van.
Maar dat geldt misschien niet voor iedereen….

Omdat mijn moeder op vakantie is, besluit ik haar sjoelbak naar huis te willen halen; Joep zal het zeker leuk vinden en Brecht en Madelief volgen vast wel. Het ding zal echter op tafel moeten liggen waar dan geen plek is voor Marc zijn laptop.
Hmmm…
Het lijkt me verstandig om mijn actie aan te kondigen.
Joep is inderdaad voor, met glimmende oogjes. Brecht en Madelief stemmen ook enthousiast in. Marc minder. Hij houdt nou eenmaal niet van spelletjes.

Ik ben blij met het verzoek van Brecht om naar de begraafplaatsen van opa en oma te gaan. Ik ben blij dat iedereen mee wil.
Het wordt een prettig rondje door de stad.
Bij terugkomst thuis gaan we dan toch echt sjoelen; de nationale kerstactiviteit als ik Twitter en Facebook moet geloven.
En ik ben blij met het feit dat iedereen mee doet. Echt heel blij. Bijna als een kind zo blij. En iedereen vindt het leuk en is enthousiast.
We doen met z’n vijven iets leuks.
Ik ben er zo blij van dat het nog lang nagloeit.
De sjoelbak van mijn moeder, het ding is misschien nog ouder dan ik, bezorgt me een fijne eerste kerstdag. Een heerlijk burgerlijke maar vooral onverwacht fijne eerste kerstdag.
Van daar deze #fotovandedag.

image

Standaard