#fotovandedag, In mijn dagboek, Madelief, Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Foto’s van de dag – 9 februari 2016

­­­Lieve Madelief,

Op het moment dat ik dit schrijf,
maak jij testjes en vragenlijsten
Bij mijnheer Merkelbach.
Of ik weg wilde gaan. Alleen.
Ik liet je achter aan zijn keukentafel.
Mevrouw Merkelbach komt ook nog zo meteen.

Een psychodiagnostisch en neuropsychologisch onderzoek.
Zo zegt de folder.
“Om vast te stellen wat de basiscapaciteiten en de ontwikkeling van de basisfuncties zijn, die belangrijk voor het leren zijn.”
Testjes bij mijnheer en mevrouw Merkelbach. En vragenlijsten.
En tussendoor geven zij je limonade. En een boterham.
Zo heeft mijnheer Merkelbach me beloofd.

“Onderzoek naar het sociaal-emotionele welbevinden, de persoonlijkheidskenmerken (competentiebeleving) en gedragsaspecten.”
Lees ik verder.
Ik drink wat langs de boulevard. Bedenk hoe je vrolijk naar me zwaaide.
De paaseitjes stonden ook al klaar.

“Een specialistisch orthodidactisch onderzoek maakt deel uit van het onderzoek.”
Eerlijk gezegd ben ik de weg een beetje kwijt.
Vind het eigenlijk maar lelijk dat er twee keer ‘onderzoek’ in een vrij korte zin staat.
En wat zegt al dat ge-onderzoek straks over mijn kleine meid?

“Dit onderzoek richt zich met name op de procesachtergronden van de taal, (begrijpend) lezen, spelling, rekenen, wiskunde en informatieverwerking.”
Oké. Dit begrijp ik. Beter. Geloof ik.
Ik ben er weer een beetje bij.
Jij bij mijnheer en mevrouw Merkelbach.
Ik weggestuurd; alleen met mij.

Maar lieve Madelief,
bij mijnheer en mevrouw Merkelbach aan tafel.
Ik ken jou toch allang?
Dyslexie, in welke variant(en) dan ook
Dysorthografie
Dyscalculie
Dysfasie
Of welke moeilijke term of ingewikkelde afkorting dan ook.
Of niet.
Het is me geloof ik om het even.

Wat ik jou gun is zo simpel
Simpelweg het inzicht dat ik al zo lang heb.
Dat jij zo’n mooi mensje bent.
Zo’n prachtig puur klein individu.
Die misschien cijfers en letters niet zo makkelijk leest.
Maar mensen des te beter.

Ik gun jou zo het inzicht dat je precies zo moet blijven als je bent.
Dat het voor iedereen fijn is als hij of zij je kent.
Dat je niet alleen maar lief bent.
Maar eigenlijk ook veel verder dan zij.
Mijn kleine trots.
Fijn extra meisje van mij.

Ik weet het allemaal.
Nu zij nog.
En jij.
Vooral jij!

Ik hoop op handvatten die jou verder kunnen helpen.
Middelen om de ware Madelief aan iedereen te kunnen laten zien.
Maar boven alles aan je zelf toch misschien.

image

Lieve Madelief,

Op het moment dat ik dit schrijf, zijn we al weer thuis.
De tijd dat ik verbannen was, zat er al weer op.
Op weg naar huis was je vol energie.
Vrolijk, enthousiast en duidelijk sprak je honderduit.
Je vertelde over testen.
Over mijnheer en mevrouw Merkelbach.
Over hun hondjes.
Over een hele leuke dag.
Je weet een haarscherp beeld te scheppen
Van de tijd zonder mij.
Van mijnheer en mevrouw Merkelbach, de hondjes
En jij.
Mevrouw Merkelbach deed de deur voor me open.
Ze was nog even met je bezig, dus ik mocht verder lopen.
Je zwaaide naar me; zat te stralen.
Mijnheer Merkelbach hielp een vader
En entertainde met verhalen.
Over jou.
En hoe gezellig je was geweest.
De opgesomde theorie in de folder.
Maakte hij in één keer goed.
“U heeft wel een verdomd leuk kind, hoor!”
Kijk, daar doe ik het voor.

Leesstoornis
Spellingstoornis
Rekenstoornis
Taalstoornis
Functiestoornis
Rijpingsproblematiek
Begaafdheid
Sociaal-emotioneel probleem
Aandachtsprobleem
Gedragsprobleem
Gedragsstoornis
Mijnheer en mevrouw Merkelbach zullen in hun rapport schrijven
Wat voor jou in hoeverre van toepassing is.

Maar wil je alsjeblieft nooit vergeten
Wat ik al zo lang heb geweten
Precies wat mijnheer Merkelbach bij het afscheid tegen je zei.
“Je bent een lieve, gezellige, slimme meid!”
En weet je
Ik ben zo ontzettend blij
Want die lieve, gezellige, slimme meid
Is met welke stoornis dan ook
Toevallig wel
Die lieve, gezellige, slimme dochter van mij!!

image

Advertenties
Standaard
#fotovandedag, Bla Bla Bla, Brecht, In mijn dagboek, Joep, Madelief, Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Foto van de dag – 30 januari 2016

Het is zaterdag.
Verre van ideaal postbodeweer.

Brecht moet naar jazzdance.
Een generale training voor een wedstrijd in Drunen. Morgen.
Er moet geld mee.
Tas van de oude sponsor.
Wedstrijdkleding.
Haren in een speciale stand.
Een strookje met mijn handtekening.

Als ze terug is, showt ze haar nieuwe tas; loopt nog wat met haar haar te zwaaien.
En natuurlijk moet de was.

Joep stommelt slaperig zijn bed uit. Zijn haar als bontmuts op zijn hoofd.
Peinst wat; sjokt wat; eet wat.
En natuurlijk moet de was.

Hij gaat naar judo.
Samen met Madelief.
Twee gele banden. Vier gele slips.
Maar vooral samen heel veel lol.
Samen op weg.
Samen in de strijd.
En samen weer naar huis.
Waar hij het liefst z’n judopak de hele dag aanhoudt.
Maar natuurlijk moet de was.

Madelief is wakkerder als ze uit bed komt. Straalt als was het een fijne lentedag.
Knuffelt wat; eet wat; trippelt wat.
En natuurlijk moet de was.

Ze gaat naar judo.
Samen met Joep.
Twee gele banden. Vier gele slips.
Maar vooral samen heel veel lol.
Samen op weg.
Samen in de strijd.
En samen weer naar huis.
Waar ze haar judopak verruilt voor onesie.
En natuurlijk moet de was.

Ik breng Brecht. Naar de andere kant van de stad. Haal haar daar weer op.
Doe boodschappen tussendoor.
Want ik kook vanavond wat.
En natuurlijk moet de was.

Brecht maakt tosties; checkt social media; kijkt een filmpje van toen ze één was; luistert Bieber-liedjes; tekent wat; moppert dat het niet lukt; tekent nog wat samen met Madelief.
En natuurlijk moet de was.

Voor Joep kruipt de tijd tot vanavond; een nieuwe widm-aflevering komt maar langzaam dichterbij. Hij speelt zijn eigen versie met playmobil; verveelt zich; kijkt wat filmpjes; luistert maar mee met Brecht en kijkt een dvd.
En natuurlijk moet de was.

Madelief tekent; fladdert wat en tekent nog wat meer; maakt en drinkt een smoothie en verruilt onesie voor een ander thuistenue.
En natuurlijk moet de was.

Ik beantwoord wat mail.
Maak wat geld over.
Buig me over een heimelijk genoegen.
Zorg voor het avondeten.
En natuurlijk moet de was.

Het is zaterdag.
Verre van ideaal postbodeweer.
Ik was mijn tijd heus ook zonder jullie doorgekomen.
Maar wat ben ik blij dat
jij
en jij
en jij
er was!!

image

Standaard
#fotovandedag, In mijn dagboek, Madelief, Via social media gedeeld, Yvonn

Foto van de dag – 29 december 2015

Met Brecht een dagje naar Amsterdam.
Met Joep vliegen op het strand.
Een rondleiding voor het hele gezin in een kasteel.
Veel lummelen bij radio en Netflix.
Sjoelcompetities.
Boeken.
Helemaal niets (nee, niets) met die studie waarvoor ik nog examen moet doen.
En vandaag?
Een dagje Madelief!!
Dat werd een dagje Den Haag.
Uiteraard kwam niet alleen heel Nederland, niet alleen heel Europa maar ongeveer heel de wereld om het meisje met de parel te zien. Wij snappen dat want wij vinden haar ook prachtig, om maar te zwijgen over het zicht op Delft waar het meisje op uit kijkt. Maar wij lopen deze keer een stukje verder door. Naar Museum Mesdag dat altijd garant staat voor fijne kleine exposities van kunst die voor mij anders onbekend zouden blijven.
En we winkelen nog wat.
Maar boven alles hebben we het zo gezellig samen!

Het is dat ik enorme jeuk krijg van het woord ‘mensenmens’ (Sorry, maar het wordt tè vaak opgeeist door mensen waarvan ik me juist afvraag of ze zelf überhaupt wel menselijke trekjes hebben…) maar anders was het op haar lijf geschreven.

Over ‘r broer:
Ik word soms helemaal gèk van hem, maar ik word nog gekker van de gedachte dat hij er niet zou zijn.

Over een medemens:
Ik denk dat zij het moeilijk vindt om alleen te zijn. Want zij heeft mensen nodig; daar krijgt ze energie van.

Over mij:
Jij bent een hele lieve mamma. En dan moet je niet gaan lachen want het is zo. En ik weet dat want ik ben jouw kind en jij maakt mij blij. Dus. Niet lachen. Jij bent écht een hele lieve mamma.

Ik geef haar de gelegenheid om nog op haar woorden terug te komen, ooit.
Maar vandaag had ik een heerlijke dag.
Met mijn Madelieve kind.

Dus. Bij deze:
#fotovandedag

image

Standaard
#fotovandedag, De wereld volgens Joep, In mijn dagboek, Joep, Via social media gedeeld

Foto van de dag – 26 december 2015

Terwijl de rest zich tegen het tweede kerstmenu bemoeit, knijpen Joep en ik er tussenuit om windkracht 7 te trotseren. Zowel in de rug als vol in het gezicht.
Op weg naar Kijkduin is Joep stil. Op af-en-toe een woordgrap na.
Eenmaal op het strand doet Joep pogingen om te vliegen en fantaseert over hoe het zou zijn als ons dat nu zou lukken. We zouden samen verdwijnen en heerlijk gewichtloos vliegen. Later gaat hij acteren in de film die van dit verhaal wordt gemaakt. En hij fantaseert alweer door over waar we heen vliegen en hoe we wegblijven. Om dan hardop te twijfelen “Hoe moet dat dan met ons gezin?” en direct daarna te besluiten dat familie en vrienden ook mogen komen.
We realiseren dat zij ook weer vrienden en familie hebben en bedenken dat het dan wel druk wordt waar we heen gaan. We komen tot de conclusie dat we het beste even samen kunnen wegvliegen en dan gewoon weer terugkomen.
Tevreden doet Joep nog wat vliegpogingen; pakt mijn hand en blijft dan naast me lopen.
Als we de trap op lopen richting boulevard om even in de luwte te zitten en te kletsen (en om te zien of er vandaag ook kibbeling is, wat overigens niet het geval is), vat Joep samen wat ik al langer wist:
“Ik voel me hier zò op mijn gemak.”

Hoogste tijd voor de #fotovandedag.

image

Standaard
In mijn dagboek, Joep, Yvonn

In mijn dagboek – Een eindeloos mooie dag

Het was zijn verjaardagscadeau.
Een dagje met zijn aller- aller- aller- aller- aller- allerliefste moeder (met mij!) naar Texel om daar de vuurtoren te bezoeken.
Hij had zich laten ontvallen dat dat het aller- aller- allermooiste cadeau was.
Terwijl hij toch echt ook al heel blij was met de vernieuwde slaapkamer met een eigen bureau.
Vrijdag 31 juli was de dag.
De dag dat hij 9 jaar, 1 maand en 10 dagen oud was.
Maar ook de dag waarop we gingen.
Nog voor zes uur maakte ik hem wakker. Mede op zijn verzoek heel zachtjes.
“Want ik wil niet dat Madelief wakker wordt.”
Zo zei hij donderdagavond toen hij in bed kroop.
Met een licht ontbijt achter de kiezen werd hij langzaam wakker in de auto. Tegen de tijd dat ik een kleine twee uur later de auto in Den Helder parkeerde, kwam hij op zijn praatstoel terecht. En had ik mijn handen vrij om er vol van te genieten.

Een overtocht van 20 minuten met de boot is niks als je de 2 uur naar Terschelling het ultieme vakantiebegin vindt, maar dat had Joep wel over voor een vuurtorendag, zo zei hij.
Hij kletste er de hele overtocht over vol.
We huurden een fiets, wonnen de bolletjestrui en de gele trui en besloten nooit aan de Tour de France mee te willen doen. We reserveerden een ritje met de Texelhopper naar de vuurtoren en kochten een ansicht voor superjuf nadat alle beschikbare ansichten door Joep waren beoordeeld.
(“De vuurtoren moet er wel op staan, natuurlijk! En waarom nou weer een schaap!” (Ook na uitleg was Joep niet overtuigd…) – “Groeten van Texel vind ik eigenlijk stom want het zijn groeten van mij, maar alle kaarten waar dat niet op staat, staat de vuurtoren ook niet op.”“De vuurtoren ’s nachts vind ik niet goed, want ik zie ‘m alleen maar overdag.”)
In een parkje, bij gulzige maar even lachwekkende eenden en meeuwen en een kunstwerk van Jan Wolkers dat we allebei eerlijk gezegd niet zo heel mooi vonden, schreven we de kaart. En toen we daarna nog even moesten wachten op het busje, vermaakte Joep me met simpelweg Joep zijn.
Ik zou hem kunnen quoten of lachwekkende voorvallen kunnen navertellen, maar ik doe hem, de voorvallen, u en waarschijnlijk ook mijzelf daarmee ernstig tekort.
Joep in optima forma is lastig in woorden te vatten.

Het busje kwam.
Met nog meer mensen er in. En Joep werd weer rustig. Joep ging weer denken. Over alles.
Vooral over dingen die ik doorgaans direct naast me neerleg.
Joep werd weer zoals velen hem kennen.
Als ik de vuurtoren in de verte op zie doemen, wijs ik Joep er op.
Die veert er op zijn beurt van op als… Als een jochie van negen dat van vuurtorens houdt.

Het busje levert ons voor het pad naar de vuurtoren af.
Joep vindt het achteraf een heel goed idee dat we niet zijn gaan fietsen en wordt als een magneet naar de vuurtoren getrokken.
Foto’s zijn een waist of time.
Als hij die uitdrukking al zou kennen.
Op de tweede verdieping moet ik nog entree betalen en ik ben nou eenmaal ik en praat dus iets onzinnigs tegen de vuurtorenman. Die kan daar behoorlijk in mee komen en dus duurt het iets langer dan nodig is.
Joep staat al bijna een verdieping hoger.
Da’s normaal niks voor hem maar hij mòet naar boven én wil zijn enthousiasme delen.
Ik snel me achter hem aan.
Hij wacht op me en werpt een snelle blik naar buiten; hij is inmiddels ervaren vuurtorenbezoeker samen met mij genoeg om te weten dat ik iedere gelegenheid voor uitzicht bekijken zal benutten.
Maar niet nu ook nog foto’s gaan maken! Naar boven!!
Zie ik hem dat nou denken?

Een verdieping hoger kijkt hij naar de ramen, naar mij en loopt door.
Maar daar is iets bijzonders dat ik niet kan laten te bekijken.
Wat ik niet wist, blijkt hier.
De vuurtoren zoals die ooit is gebouwd, is in de oorlog beschoten en flink geraakt.
Na de oorlog is de toren hersteld door er een tweede muur omheen te bouwen.
En hier, op deze verdieping, kun je tussen die twee muren doorlopen.
Ondertussen kogelgaten aanschouwend.
Hoe cool is dat?
Hmm.. Joep vindt het maar gedeeltelijk boeiend.
Loopt het rondje braaf achter me aan.
Maar hij wil naar boven.

Een verdieping hoger is het deurtje naar de buitenring; de hoogste plek waar je als betalende bezoeker mag komen.
Dat ik het deurtje, net als de ramen op tussengelegen verdiepingen lelijk vind door het jammerlijk gebruik van kunststof kozijnen met een kunststofuitstraling-in-ernstige-mate zeg ik natuurlijk niet tegen Joep.
Ze staan als modder op een vlaggeschuit (snapt u ‘m?) op de mooie authentieke stalen trap waarvan we net zo’n 150 treden hebben afgelegd.
Maar dat kan Joep niks schelen.
Joep ziet het niet eens.
Joep ziet alleen dat er iemand voor het deurtje staat.
Onhandig.
Terwijl Joep zelf zelden handig is. Dit ziet ‘ie.
En ik zie aan hem dat hij naar buiten moet.
Niet van buiten.
Van buiten blijft hij dat rustige, wellicht in zichzelf gekeerde jongetje dat de meeste mensen kunnen zien.
Ik zie in zijn ogen dat ‘ie een meter verwijderd is van waar hij wil zijn.

Om de lucht van ‘boven op de vuurtoren’ bewust in te kunnen ademen moeten we nog langs een dikke Duitse mijnheer met een voetbalshirtje (Dortmund, geloof ik), een korte kaki broek en sandalen met sokken.
En dan is het echt.
We kijken uit over Waddenzee, Vlieland op loopafstand, natuurgebied, dorpjes en oneindigheid.
Hij en ik.
Zeg maar niks, dan zeg je precies genoeg.
Mensen achter en voor ons langs die mopperen dat ze hier vier euro voor moesten betalen.
Kinderen die stuk voor stuk naar hun ouders schreeuwen dat de Noordpool op 4000 kilometer afstand ligt, getuige het bordje op de rand van de vuurtoren.
Joep die lijkt te denken dat ze dat zelf ook wel kunnen lezen.
Kinderen die NU naar binnen willen.
Steeds dezelfde mensen die geen stapje opzij willen gaan voor een foto van ons of Joep alleen.
En ik die dan -als zij een foto willen maken- net iets te hard tegen Joep zeg dat we even moeten wachten zodat zij een foto kunnen maken.
Het gebeurt daar allemaal.
Daar.
In de lucht.
Op een vuurtoren.
Omringd door hekken en medemensen.
Joep alleen met zijn gevoel van vrijheid.
Denk ik.

Na de waddenlucht flink te hebben binnengezogen gaan we weer terug.
Door het kunststofdeurtje en langs de kunststoframen en over de gietijzeren trap.
Achter de mensen aan voor wie dit wellicht één van de vele mogelijke vakantie-uitjes was.
Langs de mensen die nog naar hun ervaring van onderdeel van oneindigheid mogen. Waarschijnlijk zonder het te weten. Zodra we naar buiten lopen, knuffelt Joep de toren.

Nog wat feitjes. Nog wat foto’s. Nog een paar keer kijken.
Maar dan hebben we echt wel trek.
We nestelen ons op deze heerlijke dag, ook qua weer!, op de loungebank op het hoekje van het terras van de strandtent achter glas, drinken wat, eten wat, kletsen wat en hebben het fijn.

Op een stil momentje:
“Mamma, praat eens wat. Dat vind ik leuk.”
“Waarover zullen we het hebben?”
“Dat weet ik niet.”
“Zal ik dan maar vertellen over hoe leuk ik het heb met jou en hoe lief ik jou vind?”
“Dat mag. Dat vind ik goed.”
Uiteindelijk praten we over school.
Over waarom hij dat niet leuk vindt en waarom het toch wel leuk blijkt te zijn.
Kringgesprekken wat minder; wat anderen te vertellen hebben is zelden interessant en wat hij vertelt is waarschijnlijk niet interessant voor anderen.
Rekenen is ook wat minder.
Hij kan het wel en het is best leuk, maar ze doen het echt ie-de-re dag.
Maar wat hij het allerallerallerleukst vindt, is gym.
Ik moet om hem lachen.
Als er nou iets is waar hij geen talent voor heeft is het wel gym.
En knutselen.
Hij weet het. Maar toch.
Hij begrijpt écht niet dat Brecht balspelen niet leuk vindt, hij vindt het juist wel leuk.
Iedereen die Joep wel eens tijdens een balspel heeft gezien, zal het komische hiervan in zien.
Joep niet. Die praat al weer verder over spreekbeurten.
Over hoe weinig leuke er zijn en hoeveel saaie en over een mogelijk onderwerp.

We gaan nog even op het strand zitten voor de bus ons terug brengt naar de binnenlanden van Texel.
Joep rent door de duinen.
Armen wijd, haren in de wind, eindeloos genietend.
Hij komt bij me terug, slaat zijn armen om me heen en zegt
“Had ik al gezegd dat ik dit een heel erg leuk verjaardagscadeau vind?”
Nog voor ik antwoord kan geven, vertelt ‘ie dat ‘ie weet dat er meer sterren zijn dan zandkorrels.
Dat ‘ie dat weet omdat ‘ie dat gelezen heeft.
Dat dat er heel veel zijn.
Heeeel veel.
Sterren.
“Want dat heelal dat gaat maar door, hè mam.”
“Poeh. Hoeveel zandkorrels zouden er wel niet zijn, zeg?”
Vraag ik.
Ik zeg dat ik het er hier al veel vind; op zo’n klein stukje Texel.
En dat er nog zoveel meer plekken zijn met zoveel zandkorrels.
“Ik geloof dat ik er niet eens over na wil denken hoeveel sterren er dan wel niet zijn.”
Zeg ik.
Ik zie die niet te beschrijven blik in zijn ogen.
Die blik waarachter oneindig veel gedachten schuil gaan en een grappige opmerking voorrang krijgt.
“Ja, dat deed ik dus wel.”
Zegt hij tobberig.
Met een grijns er achteraan.

We knuffelen, we lachen, wachten op de bus en zijn vrolijk.
We gaan met bus en fiets naar de andere kant van het eiland, herkennen plekken van onze vakantie toen Joep drie was en nog geen vuurtoren-o-fiel was en belanden weer op het strand.
We baden pootje, verbranden onze neuzen, eten ijsjes en later snoepjes.
Joep begint weer over de hoeveelheid sterren.
De oneindige hoeveelheid en vraagt zich af of iemand ooit alle zandkorrels heeft geteld. En de sterren. En hoe dan.
Hij wil een wedstrijdje doen. Wie het beste lacht.
Hij telt af. Ik lach een rare lach.
Hij wacht even.
Kijkt naar mij hoe ik lach en lacht dan ook. Raar.
Lacht dan echt. Breeduit.
En zegt dat hij heeft gewonnen. Want hij lachte het laatst.
Ik hou oneindig veel van dat jochie.

We fietsen weer wat, eten nog wat en treuzelen net niet genoeg om de boot van 19:00 naar Den Helder te missen.
Ik geef toe. De laatste stappen zet ik gehaast.
En met succes. Vlak nadat wij op de loopbrug stappen, sluiten de toegangspoorten zich.
Joep baalt een beetje; had liever de boot een uur later gehad; had liever een uur in een afgelegen haven van de veerboot doorgebracht dan op deze boot te zitten.
Ik vraag of hij boos op me is.
Stuurs voor zich uitkijkend zegt hij van niet.
Ik weet het.
Hij baalt dat deze dag niet oneindig blijkt te zijn.

We rijden terug naar huis.
Hij zegt dat hij hoopt dat hij thuis niet gelijk zo enthousiast hoeft te doen.
(“Zoals Brecht altijd met van die knuffels… En dat je dan steeds moet vertellen hoe leuk het was.”)
Hij kijkt geboeid naar de vliegtuigen die voor ons neus van Schiphol af en aan vliegen,
vertelt wat hij weet,
vraagt wat hij niet weet,
maakt grappen,
is soms oneindig stil.
Omdat het kan.

Als we onze straat in rijden zegt ‘ie dat we hier ook een uur later hadden kunnen zijn.
Als hij die laatste frietjes op zijn bord toch ook had opgegeten.
Ik bedank hem voor deze onwijs leuke dag.
Hij zegt “Jij ook” terwijl hij me recht aan kijkt.
Loopt naar binnen, schudt mogelijke knuffels van zich af en is blij dat ‘de slimste mens’ van vandaag inmiddels is afgelopen.
Die kijkt hij morgen lekker alleen terug op uitzending gemist.
Oneindig lekker languit op de bank.
Thuis.
Terwijl ik oneindig van hem hou.
Voor eeuwig en oneindig.

AAA

BBB CCC EEE FFF

GGG HHH

III JJJ KKK

Standaard
Brecht, In mijn dagboek

In mijn dagboek – 18 januari 2015

We hebben gisteren een leuke avond gehad. Jij en ik.
Eindelijk zouden we je verjaardagscadeau gaan verzilveren.
Samen naar de schouwburg voor ‘The sound of music’.
We hebben niet de beste plekken, op de derde plaats van het balkon,
maar dat kan onze pret niet drukken.
We gaan eerst samen wat eten.
Gezellig op een verwarmd terras op de markt.
En lekker ook.
Je bent een beetje zenuwachtig.
Omdat we iets gaan doen wat je zelden of nooit eerder deed.
Uit eten en een musical kijken.
Gewoon in Gouda.
Maar toch een wereldervaring.
Dat ik bij je ben is kennelijk -in eerste instantie- niet geruststellend genoeg.
Maar gelukkig kom je los.
Je slikt niet meer zo moeizaam (ja, dat zie ik heus wel, hoor!)
En je kletst zo zalig honderd uit.
Maar je eet en drinkt wat moeizaam.
En je ogen schieten soms heen-en-weer.
Ik gun je meer rust.
Zodat je nog meer kunt genieten van wat je overduidelijk leuk vindt.
Ik wens je het vertrouwen om ontspannen van het leven te kunnen houden.
En ik baal een beetje.
Dat het me tot nu toe te vaak niet is gelukt.
Maar ondanks jouw spanning hebben we het samen zo goed naar ons zin.
We kletsen.
Kijken.
Kletsen.
Kijken.
En kletsen.
En, ach vooruit, kletsen nog wat.
Tot de voordeur.
Over de avond.
Over de musical.
Ook over zwaardere onderwerpen.
Wat er in Parijs gebeurde.
Wat je daar van begreep.
Over je werkstuk ook.
Over Anne Frank.

Vanmorgen was je nog steeds enthousiast.
Joep en Madelief moesten vaker en meer vragen hoe het was.
Zodat jij kon vertellen hoe leuk het was.
Maar op een verjaardag bij vrienden
houd je je rustig.
Trek je je terug.
Eet weinig.
Want je zou het wel eens niet kunnen lusten.
Praat weinig.
Want mensen zouden raar kunnen vinden wat je zegt.
Het borrelt vanbinnen.
Ik zie het.
Je wil wel.
Maar je durft niet.
Denkt dat je het niet kunt.
Terug thuis en aan tafel vertel ik dat je het wel kunt.
Vertrouwen hebben.
In anderen.
Maar vooral in jezelf.
In Brecht.
Kleine, dappere, strijdvaardige Brecht.
Dat je jezelf daar recht mee doet.
En dat ik vind dat je dat verdient.
In andere woorden natuurlijk.
Maar toch.
Jij verstaat het als kritiek.
En wordt boos.
Stampvoet de trap op zoals alleen wij jou kennen.
Maar met berichtjes sluiten we het gesprek af.
Berichtjes met kusjes. Van jou naar mij.
En natuurlijk andersom.

Je legt de laatste hand aan je werkstuk.
En je gaat naar bed.
Morgen weer een schooldag.
Een schooldag waarop je je werkstuk inlevert.
Vol trots en liefde strijk je over de kaft.
Laat me nog eens zien wat ik al eerder gelezen heb.
Wat me ontroerde.
Omdat het zo ontwapenend was.
Niet wat je schreef.
Wel hoe je het schreef.
Je wend je tot je vader.
“Ik neem mijn dagboek mee naar boven, hoor!”
En dan weer naar mij.
“Haha, dit is niet echt mijn dagboek. Dit is mijn beste werkstuk ooit!”

Kijk.
Dat vertrouwen.
Dat bedoel ik nou!
Allerminst misplaatst.
Niet te veel.
Niet te weinig.
Precies goed.
Het siert je.
En – zeg nou zelf- het voelt goed.
Niet?

werkstuk dagboek 1 werkstuk dagboek 2 werkstuk dagboek 3

Standaard
In mijn dagboek, Joep

In mijn dagboek – 5 augustus 2014

Je bent net in bad geweest, na Brecht en Madelief die samen gingen.
Ik lig op de bank te lezen.
Jij begint tegen me te kletsen over iets waar Brecht aan knutselt. Hoe zij het heeft gedaan en hoe jij het -uiteraard beter- zou doen.
Je vermaakt me.
Met jouw eigenzinnige manier van praten, zo niet als een kind en toch zo jong.
Ik kan het niet duiden maar iedereen die jou kent, kent het waarschijnlijk. Want zo praat je tegen iedereen.
Ooit zo mensenschuw, inmiddels al weer een jaar of twee zo autonoom bewust van je bestaansrecht.
Om jaloers op te zijn.
Alsof jij kunt knutselen.
En het ooit doet.
Terwijl je praat, werp je een blik op de klok; er is nog wat tijd voor jouw favoriete programma begint.
Iedere werkdag even voor half negen. ‘De slimste mens’. En jij houdt de statistieken bij. Op de computer en in je hoofd.
En je speelt het na. Wij zijn allemaal een kandidaat.
‘Ik’ heb ‘jou’ er gisteren uitgespeeld.
Maar je speelt meer. Met playmobilpoppetjes en vragen van bordspellen. Bloedserieuze zaak.
Terwijl je vertelt dat je hebt uitgezocht of de finale van gisteravond daadwerkelijk voor het eerst een finale tussen twee vrouwen was,
vouw je je handjes samen zoals ik dat van je gewend ben.
Het intrigeert me.
Het heeft iets onhandigs, zoals feitelijk al je motoriek.
Het heeft ook iets vrouwelijks, in mijn ogen iets aandoenlijks liefs en het ontbreken van dat ene pinkje zorgt dat het er anders uit ziet dan wanneer ik het doe, zelfs al zou ik het precies als jij doen.

Inmiddels is de aanvangstijd aangebroken.
Je zet de televisie aan.
Of doe ik dat? Ik weet het niet meer.
Inmiddels komen je zussen naar beneden.
En je vader.
Ik leg mijn boek weg. Kom ik toch niet meer aan toe.
Brecht gaat loomen. Was best lang geleden.
Madelief friemelt waarschijnlijk aan iets zoals alleen zij dat kan.
Jij nestelt je naast me op de bank.
Ik ruik je frisgewassen haartjes.
De openingstune klinkt.
Je kijkt me aan.
Gelukkig.
Wijs.
En jong en onwetend.
Tegelijk.

Je klopt met dat handje op mijn been.
De kandidaat die ik in jouw statistieken vertegenwoordig, verliest.
Maar het doet niets aan mij af.
In jouw beleving. Of aanzien.
In je iets te korte badjas loop je -parmantig bijna- naar je eigen spel. Je stelt en beantwoordt zelf alle vragen.

Brecht loomt.
Madelief friemelt
Marc zoekt muziek.
Ik pak mijn boek weer.
Voor even.
Vast van plan straks nog even langs je te lopen.
Om mijn vingers door je haren te strijken.
De frisse, zachte haren van mijn slimme mensje.

IMG_20140610_134509

Standaard