Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Je was er bij

Lang voor raamvisite een begrip was.
En ‘lockdown’ Nederlands; intelligent of niet.
Deed ik al aan wolkzwaaien.
Naar jou.
Was er geen wolkje aan de lucht,
dan was jij ook een dagje uit.
Heel ver.
Dan zwaaide ik ‘s nachts wel.
Naar een ster.

Vandaag is het 9 mei 2020.
Zou jij al 15 jaar niet dood zijn geweest.
Was jij het die net met me skypte;
heel onhandig en schutterig iets tegen me in de camera riep.
Ware het niet. Dat het net een tikkie anders liep.


Vijftien jaar geleden op 9 mei, was Trump nog die man met die toren.
Obama nog onbekend.
Benedictus XVI nog maar net in de plaats van Johannes Paulus II.
Gingen Duisenberg en Bueno de Mesquita nog een paar maanden mee.
En ook Mandela, Mies en Lieve Mona waren nog in leven.
Het duurde nog jaren voor Blind die pass op van Persie zou geven.

Voor jou werd Feyenoord na 1999 nooit meer kampioen.
Zou Joran nooit iets met Natalee doen.
Schni Schna Schnappi deed nooit pijn aan jouw oren.
Prinses Alexia was nog niet eens geboren.
Katrina was nog niet verwoestend over New Orleans heen gegaan.
Gerard Schröder had toen nog Angela Merkel ‘r baan.
Hartstikke nieuw waren YouTube, Google Maps en de algemene identificatieplicht.
En de PVV.
Die was nog niet opgericht.

Gouda had nog geen Huis van de Stad.
De wijk Westergouwe zou nog jarenlang weiland zijn.
Vierkante kilometers uitgestrekt gras en aarde.
Op de Kleiweg was Vroom & Dreesmann een vaste waarde.
Maar ijssalon Italia had ook toen al haar laatste seizoen gehad.

En kijk mij dan.
Andere haarkleur. Nog geen half dertig.
Andere werkgever; nog niks op het spoor.
Moeder van nog maar één lief klein ding.
Dat ik ook tweeling moeder zou worden, had ik nog niet door.

Nooit heb je Brecht zien dansen.
Nooit een balletje getrapt met Joep.
Nooit maakte Madelief een toastje voor je klaar.
Sterzwaaien werd ook voor hen een troostrijk gebaar.

Je gebruikte een mobieltje alleen om mee te bellen.
Volgde niet het nieuws om coronadoden te tellen.
Was van lang voor de anderhalvemetermaatschappij.
En na die ene negende mei,
stond men -om m’n hand te kunnen schudden- zelfs in de rij.


Soms heel bewust
Vaak door omstandigheden gesust
Heb ik je gemist.
Maar.
Even zo vaak heb ik me vergist.
We hebben niks voor jou verzwegen.
Vanaf jouw eigen wolk, heb je alles meegekregen.
Vanaf die ene negende mei.

Was je doodleuk overal bij.

Standaard
Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Ik zie de bui hangen

Ik denk dat Brecht een jaar of acht was. We waren op vakantie op Terschelling en ik fietste met haar door de duinen. De zon verwarmde onze blote armen die fris aanvoelden door een aanzwellend briesje die ons stoempend over het stuur liet buigen als we duin op reden. Het schelpenpad kraakte onder onze banden en ik liet haar de bolletjestrui winnen. We passeerden andere fietsers; groetten de tegenliggers en veerden enthousiast op van konijntjes in het landschap.
Het leven was mooi, de liefde dichtbij en zorgen ver weg.
Afgezien dan van de grote, bijna zwarte wolken die ik in een rap tempo zag naderen. Compleet met strepen die wezen op de fikse regenbui die deze wolken aan het uitstorten waren boven de Noordzee.
Op een kruising stapten we af om te besluiten wat we zouden doen. Nog een klein stukje door naar een strandtent om wat te drinken en te eten? Of toch rechtsaf en dan een klein stukje verder fietsen naar ons vakantieverblijf en de rest van ons vijven?

Voor Brecht was het nauwelijks een keuze. Ze kon de tosti en de Fristi al bijna proeven.
Ik wees haar op de wolken die inmiddels ruimschoots Terschelling leken te hebben bereikt. Als we naar huis zouden fietsen, bleven we de bui misschien niet meer voor maar zaten we daarna wel droog. Als we naar de strandtent gingen, waren we misschien wèl voor de bui binnen maar samen met heel veel andere mensen die willen schuilen voor de regen. Zonder te weten wanneer de bui weer overgedreven zou zijn.
Ze was zichtbaar onder de indruk van de regen die ze in de verte kon zien vallen terwijl wij nog in het zonnetje stonden. Terwijl ze nog stond te genieten in de zon, bekroop haar de angst voor donder, bliksem en fikse regenval. De tegenstrijdige gevoelens verwarden haar zichtbaar. En brachten haar bijna op andere gedachten. Misschien was het toch slimmer om terug te gaan naar huis.

Ik haalde haar over; we vonden een gezellig plekje aan een grote tafel en toen de tosti en de Fristi zichtbaar met smaak waren verorberd, was de donderbui inmiddels afgedropen richting Waddenzee en vasteland en hadden wij alleen nog maar last van een nat zadel.

Inmiddels zijn we acht jaar verder.
We hebben geen vakantie maar weer zie ik donkere wolken in de verte, compleet met regenstrepen van de enorme bui die zich over de mensen daar uitstort.
Deze keer hebben we geen opties.
Bij ons schijnt een heerlijk lentezonnetje maar ik zie er op toe dat we alle vijf onze regenpakken aantrekken, compleet met  plastic zakken over onze schoenen.  In de verte horen we het donderen; in de media zien we plaatjes en lezen we omschrijvingen van bliksemschichten en de schade die ze hebben aangericht. We worden er stil van. Moeten er van slikken.
Terwijl we horen van de eerste druppels die ook hier zijn gevallen, druppelt het besef van de windrichting langzaam binnen.
We zeggen het niet tegen elkaar maar hebben allemaal wel eens ervaren dat je alleen maar kan weten hoe hard het regende als je er zelf doorheen moest fietsen.

De zon schijnt, de regen is dichtbij en de tosti heeft een nare bijsmaak.

(Foto is van internet geplukt…)
Standaard
Finance, Joep, Via social media gedeeld, Yvonn

In quarantaine

Ik beken. Ik was een verstokte ‘achter-mijn-bureau-eter’.  Zoals overigens veel collega’s in hetzelfde kantoorpand. Broodtrommels, saladebakken, emmers met snoeptomaatjes en ook gebaksdozen hoorden min of meer bij het interieur.
Tot begin dit jaar mijn werkplek werd verplaatst naar een vlek op de zevende verdieping.
Een clean-desk; een kluisje als enige kastruimte en zo min mogelijk overleggen op de werkplek om collega’s niet te storen was ik allemaal al gewend van een verdieping lager ‘op zaal’. Ook werkten we daar al met flexplekken maar omdat ik doorgaans één van de eersten ben die binnen komt, grijpt de macht der gewoonte toch naar het bureau en de stoel die ik de vorige dag al op mijn hoogte (of beter gezegd: het gebrek daaraan…) had ingesteld. Behalve dat alles een fijne frisse en ruime ‘look’ heeft gekregen en dat de werkvlekken van graag geziene collega’s opeens een stukje verderop zijn, is er in mijn beleving eigenlijk niet zo heel veel veranderd.
Met uitzondering van het niet mogen eten op de werkplek.
Een regel waar ik overigens helemaal achter sta want ook ik typ niet graag tussen de broodkruimels van mijn collega’s door, maar wel een regel waarvan ik dacht dat ik het nog wel eens moeilijk zou kunnen vinden om hem na te leven.
Niets bleek minder waar. Ik raakte er snel aan gewend om met mijn bammetjes naar de pantry te gaan om daar een enkele keer in mijn eentje nog wat door te nemen maar veel vaker om gezellig met collega’s die daar ook zijn de dag; het weekend; het laatste nieuws; dat ene televisieprogramma of het leven in het algemeen even door te nemen. Ook met collega’s die ik verder zelden of nooit spreek.
In februari kwam daar een voor de hand liggend onderwerp bij: het corona-virus.
In al die gesprekken concludeerden we eigenlijk dat paniek niet nodig is en dat het natuurlijk goed is om op hygiëne te blijven letten.

Thuis is het de avondmaaltijd die we zoveel mogelijk om diverse trainingen, werkzaamheden en andere verplichtingen heen plannen om samen vrijwel dezelfde onderwerpen de revue te kunnen laten passeren. En ook daar werd corona uiteraard een terugkerend agendapunt.
Met name mijn zoon kreeg het al voor het virus Nederland officieel had bereikt enigszins benauwd bij de gedachte dat je tegenwoordig al dood kunt gaan van een verkoudheid met koorts. En dat je die kunt krijgen van iemand die niet in de binnenkant van zijn of haar elleboog hoest, net als jij toevallig voorbij loopt.
Als ik hem –en voortschrijdend in de tijd ook steeds vaker mezelf- probeer gerust te stellen met redenen om niet in paniek te raken, werpt hij tegen dat in quarantaine zitten hem ook bepaald geen lolletje lijkt. Niet naar school klinkt natuurlijk heel prettig maar twee weken in je uppie op een kamer moeten zitten, lijkt hem duidelijk dodelijk saai.
Om me te overtuigen schetst hij nog een plaatje van de situatie als hij van ons zou moeten worden afgezonderd. Zijn fantasie gaat echter met hem op de loop waar hij uiteindelijk zelf een beetje lacherig van wordt en zijn angst relativeert.
Ik beloof hem dat als het zover komt, ik twee weken lang zijn boterhammen onder zijn deur door zal schuiven en dat hij dan lekker achter zijn bureau mag eten.
Hij kijkt me aan met een volledig gebrek aan enthousiasme.
Ik snap hem inmiddels heel goed.

Standaard
Finance, Via social media gedeeld, Yvonn

Bewijslast

De eerste weken van het jaar staan (ook) voor mij in het teken van het jaarverslag. Aan mij de taak om onze accountant te voorzien van bewijslast van beweringen die we in het jaarverslag doen. Kunnen we aantonen dat we zoveel duizend stoelen in zoveel sprinters hebben voorzien van nieuwe bekleding? Staan we echt in de top van populaire werkgevers? Hebben we misschien een screenshot van het totale energieverbruik in kWh? En van het klantoordeel?
Over het algemeen komt het met die bewijslast uiteindelijk dik in orde, al is het soms even zoeken naar de juiste persoon op de juiste plek. En de juiste vorm. Een excellijstje met getallen is geen bewijs; evenmin als een mailtje waarin het gezochte aantal wordt genoemd. Die zou ik immers ook zelf kunnen maken. Maar meestal is een combinatie van screenshots, bronbestanden, berekeningen en correspondentie voldoende voor alle cijfermatige beweringen.
Daar waar we dingen beweren als ‘de beste’, ‘de eerste’, ‘snel’ of ‘goed’ is het wel eens minder eenvoudig. Mijn mailbox en die van onze afdeling stromen deze weken dus vol met cijfers, beweringen en documentatie om aan te tonen dat die cijfers en beweringen gerechtvaardigd zijn.

Ondertussen stromen bij mijn kinderen ook de cijfers binnen.
Niet over zitplaatskansen of het aantal vrouwen in het management, maar gewoon als resultaat van toetsweken of lesweken met ‘heel veel’, ‘heel moeilijke’ of ‘heel veel moeilijke’ proefwerken. Als mijn jongste dochter meldt dat ze een 5,8 heeft gehaald voor Aardrijkskunde en daar meteen aan toe voegt dat ze daar heeeeeel blij mee is omdat het echt superslecht gemaakt was en echt ie-der-een (“Maar dan ook écht iedereen, hè mam!”) een slecht cijfer had, dan kan ik het kennelijk niet laten.
Ik maak eerst een opmerking dat het mij vooral om háár cijfer gaat en niet die van haar klasgenoten; voeg er aan toe dat ik dat soort dingen vroeger ook tegen mijn moeder zei en dat ik maar gewoon moet geloven wat ze zegt. Niet veel later staat ze naast me met haar telefoon om de groepsapp van haar klas te laten zien. Klasgenoten noemen hun cijfer. Veelal gevolgd door huilende gezichtjes.
“Zie je wel dat het slecht gemaakt is.”
Ik grijns terug dat dit nog niks zegt en leg uit dat zij misschien wel gevraagd heeft of iedereen even een slecht cijfer wil appen, om mij te overtuigen dat zij een goed cijfer heeft; dat dit niet per sé de cijfers hoeven te zijn die in Magister staan.
Ze zucht diep. Concludeert dat ik maar stom werk heb.
Voor ze de deur achter zich dicht gooit, krijg ik er nog net tussen dat dat geen feit is, maar een mening. Hoeveel treden onze trap heeft, toont ze daarentegen vervolgens stampvoetend luid en duidelijk aan…..



Oké. Even onder ons.

In tegenstelling tot mijn gebruikelijke schrijfsels en de titel van dit blog, is dit verhaal niet helemaal waar.
Maar (- Ho! Stop! -) Ook niet helemaal niet waar!
Een combinatie van waargebeurde dingen (zoals dat werk van mij) en dingen die tegen de waarheid aan schuren (zoals Madelief die misschien wel eens een deur iets harder dicht doet dan nodig maar eigenlijk nooit stampvoet) en samen een -in mijn ogen- heel geloofwaardig verhaal vormen.
Wat precies wel waar is en wat niet, laat ik overigens geheel aan uw eigen fantasie.

 

Standaard
Brecht, Via social media gedeeld, Yvonn

Zestien jaar

Met al je wilskracht
Al je vastberadenheid
Al je ijver
Al je passie

Met je nukken
En je angsten
En je twijfels
En je zorgen

Met je eeuwige geldgebrek
En die vreselijke neus

Met je speelse gemak
Je naïeve onwetendheid
Je ongekende mogelijkheden
Je vele talenten
Je onnodige onzekerheid

Met alle beren op je weg

Van fraaie baby
Via prachtige peuter
Gezellige kleuter
Mooi kind
Lieve tiener
Nu uitgegroeid
Naar een heerlijk jongmens

Met grootse plannen
Wensen
Toekomstdromen

Met al je liefde
Al je loyaliteit
Al je vertrouwen
Al zestien jaar lang

Zonder dat alles
Was nu heel anders
En ik
Geen schim van mezelf geweest.

Standaard
Madelief, Via social media gedeeld

Alle jaren mooi

Lieve Madelief, dit verhaaltje gaat over jou.

Ik heb een madeliefje altijd een dapper bloemetje gevonden.
Zo’n fragiel, dun, vrolijk stemmend bloemetje dat de neiging heeft om te verschijnen op plekken waar het kwetsbaar lijkt; -ook vaak als eenling- in een veld waar ze dan vervolgens dapper stand houdt tegen wind en regen. Als de bui overgedreven is, lijkt ze er weer net zo stoer, dapper en vrolijk bij te staan. Alsof ze niet net al die ellende over zich heeft gehad.
Dat vind ik mooi.
Bewonderenswaardig ook. De elementen trotseren om een beetje te gaan staan shinen alsof iedere dag de jouwe is.
En ik zocht het net nog even op: de wetenschappelijke naam voor een madeliefje betekent ‘alle jaren mooi’.

Ik realiseer me dat we jouw naam goed hebben gekozen.
Overigens zonder al deze gedachten er achter.
Gewoon. Omdat we Madelief, van het boek van Guus Kuijer, zo leuk vonden.
Dapper, sterk, eigenwijs. Een ontwapenend kind.

Ik vind dit wel een mooie dag om weer/nog eens tegen jou te zeggen hoe gruwelijk trots ik op je ben!
Dat ben ik natuurlijk iedere dag, maar vandaag wil ik het daar gewoon ongegeneerd over hebben. Want jij maakte vandaag een keuze; een belangrijke keuze.
En dat deed je goed.
Heel goed.
Nou kies je natuurlijk wel vaker. Ik bedoel: de keuze tussen hagelslag of vlokken op je brood is ook niet eenvoudig. En de keuze voor eerst een paaseitje in de smaak caramel-zeezout of toch eerst een pure, moet je ook niet onderschatten. Laat staan de keuze tussen jouw rode shirt of het gestreepte shirt dat van Brecht is geweest om op je spijkerbroek te dragen! Om maar wat te noemen.
Maar de keuze van vandaag vind ik toch van een andere categorie.

Vandaag koos jij definitief voor de school waar jij volgend jaar naar toe zal gaan.
Dat is een andere geworden dan de school die al een paar jaar zo voor de hand leek te liggen. En waar je zo blij van leek te worden.
En nee, ik ben vandaag niet extra trots op je omdat je daarmee een mavo/havo brugklas hebt verkozen boven een vmbo omdat dat ‘hoger’ zou zijn. We hebben juist regelmatig besproken dat je over vier jaar van beide scholen met een gelijkwaardig ‘papiertje’ zou kunnen thuiskomen om precies dezelfde deuren open te kunnen gooien. Niks te ‘hoger’!

De gekozen school of het gekozen onderwijs heeft niets met mijn trots te maken.
Niets. Absoluut niets.
Ik ben zo trots omdat je een kans herkende toen die je werd geboden.
Een kans op een keuze.
Die kans benutte.
En vervolgens goed over die keuze nadacht.
Je zocht informatie.
Je dacht na.
Je peilde de meningen.
Legde je oor te luister.
(Ja, zo heet dat!)
En durft risico te nemen.
Jij maakte die keuze.
Jij.
Heel doordacht.
Je hart gevolgd.

Je worstelde jarenlang met wat je zou moeten kunnen.
Je liep jarenlang aan tegen wat je zou moeten weten.
Je accepteerde jaren geleden al wat je zou moeten willen.
En toen.
Toen kreeg je een zorgvuldig uitgevoerd zetje.
En besloot te durven.
Het lef te tonen om toe te geven dat je eigenlijk iets anders wilde.
En -omdat die kans er nu opeens was- die kans te grijpen.
Je bewust van het risico.
Van wat je je op de hals haalt.
Van dat het niet lukt.
Maar ook van wat je ziet als je je ogen dicht doet.
Dit dus.
Je verkoos proberen boven nooit het resultaat zullen weten.
Je koos voor jezelf.
Ik was er bij toen je het zetje kreeg.
(En ik onderdruk vooralsnog keurig de neiging om de bewuste zetgever een potje te pletter te knuffelen….)
En ik zag dat je instinctief meteen gekozen had.
Om vervolgens te gaan twijfelen. Misschien omdat je er zelf van schrok.
Gebeurt dit echt?
Kan ik dit echt??
Word ik hier nou echt zo blij van?

Lieve Madelief,
Ik ben trots op jou.
Heel erg trots op jou.
Je hebt even gas gegeven en bent zò gegroeid.
Lief, dapper, stoer als altijd.
Wijzer dan ooit.
Je weet wat je wil.
Je weet wat je doet.
Je hoeft helemaal niets, niets, niets te bewijzen!
(Ik herhaal: helemaal niets, niets, niets!)
Ik weet toch wel dat je het kan.
En ik weet ook dat het je lukt.
Hoe dan ook.
Linksom. Rechtsom. Rechtstreeks. Via een omweg.
Dat je de elementen weet te trotseren; en passant een ander bij de hand neemt en er vervolgens gewoon weer dapper staat.
Te shinen.
Alsof het heel normaal is.

Ja, Madelief, voor jou is dat heel normaal.
Voor mij niet.
Voor mij is dat reden om apetrots op je te zijn!

IMG-20190219-WA0002.jpg
(Foto gemaakt door je zus; ook zo trots.)

Standaard
Brecht, Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Vijftien

Het was maandagmorgen, even over negen en opeens stond mijn wereld stil.
Om daarna anders te gaan draaien dan ‘ie ooit gedaan had.
Met een ander noorden in een totaal ander universum.
Omdat jij er was.

Het was maandagmorgen, even over negen en opeens zag ik het leven anders.
Om daarna nooit meer hetzelfde te zien.
Alles uit een andere hoek.
Omdat jij er was.

Het was maandagmorgen, even over negen en opeens bewandelde ik -onzeker- een grotemensenpad.
Om daar nooit meer van af te kunnen.
Omdat jij er was.

Het was maandagmorgen, even over negen en opeens was ik trots.
Op ons.
Om dat daarna nooit meer niet te zijn.
Omdat jij er was.

Na die maandagmorgen, even over negen, heeft mijn wereld nog wel eens stil gestaan; ben ik het leven nog wel eens anders gaan bekijken; ben ik nog wel eens onzeker een andere weg ingeslagen en was ik nog wel eens met eergevoel vervuld.

Maar.

Het was maandagmorgen, even over negen en opeens wist ik dat het goed was.
Om dat vertrouwen vervolgens nooit meer kwijt te raken.
Omdat jij het was.

Lieve Brecht,
Die maandagmorgen is alweer vijftien jaar geleden.
Vijftien!
Jouw wereld draait op volle toeren.
Je ziet in een rap tempo steeds meer.
Je durft te kiezen voor de wegen die je in slaat.
En je mag zò trots zijn op jou!
Doe dat maar.

Laf joe.

 

Standaard
De wereld volgens Joep, Joep, Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Genieten

Ik heb ze beloofd dat het een traditie zou zijn: als je van de basisschool af gaat mag je op citytrip met een ouder naar keuze naar een stad die te betreinen is binnen het tijdsbestek van drie dagen.
Brecht koos twee jaar geleden voor Parijs. En voor mij.
En nu ik met Joep in Londen ben, is het pas officieel een traditie.
Voor Madelief is het lastig. Parijs klonk fantastisch, maar na afloop van Joep zijn basisschoolverlaterstrip, lijkt Londen ook geweldig. En dan is daar nog de kwestie van de keuze voor de ouder. Ze vindt het sneu voor haar vader als hij niet één keer mag maar geeft ook eerlijk toe bang te zijn de weg kwijt te raken als ze met hem gaat…
Mijn advies om vooral haar hart te volgen, slaat natuurlijk nergens op; dat wijst nou juist twee kanten op…
Gelukkig heeft ze nog een paar maanden.

Maar goed, Londen dus.
Zodra we St. Pancras International uitlopen is het raak: Joep ziet -in overvloed- de rode dubbeldekkers en het links rijdende verkeer wat voor hem de reden was om voor Londen te kiezen!

Ons appartement is fijn; the London Eye; Tower of London; Towerbridge; Covent Garden; Leicester Square; M&M store; Piccadilly Circus; platform 9 3/4; de massa toeristen bij de wisseling van de wacht bij Buckingham Palace; Westminster Abbey; Harrod’s; het Olympisch stadion dat nu in gebruik is door West Ham United; Big Ben in de steigers met the Houses of Parliament; Trafalgar Square; St. Paul’s en Millennium Bridge. We strepen ze allemaal van ons lijstje binnen drie dagen. En niet te vergeten -mind the gap- de ‘tube’.
Net als de metro in Parijs Brecht eerst beangstigde om haar vervolgens met speels gemak in de vele doorgangen te laten lopen, zo is de Londense metro in eerste instantie overweldigend voor Joep. Alle geluiden; alle hordes londenaren; alle warmtegolven op perrons of in de metro zelf zijn benauwend. Maar al aan het eind van de eerste dag gaat Joep makkelijk mee in de stroom die hem zo eenvoudig bij alle bezienswaardigheden brengt. Al snel durft hij een paar meter bij me vandaan te gaan staan of zitten en pas op het allerlaatste moment op te staan als we bij ‘onze’ halte zijn. Als zijn waterflesje met de ideale hoeveelheid water gevuld is, bottleflipt hij op een vol perron met een grijns op zijn gezicht om het verwachte mislukken.
Er stond nog meer op mijn lijstje. Maar besloot keuzes te maken.
En Joep vond alles goed.
Joep zegt niet om de haverklap hoe leuk of mooi of wat-dan-ook hij Londen vindt, maar als hij klapt voor straatartiesten; enthousiast het origineel van musicalliedjes herkent; voor de artiesten op straat gaat zitten en ze geld gaat geven, weet ik dat Joep geniet. Als ik de schaarse dingen die ik weet aan Joep vertel, voeg ik er bijna verontschuldigend aan toe dat ik het (wel) mooi vind. Hij kijkt me niet begrijpend aan en zegt dat hij het ook mooi vindt. Ik geloof hem.

Als we ’s avonds moe naar ons appartement gaan, hebben we grootse lol.
Met je moeder in een tweepersoonsbed is hilarisch, uiteraard.
En gelukkig is er Wi-Fi en kan Joep mij muziek laten horen die hij leuk vindt.
Met de nadruk op hij.

Op de tweede avond kijkt Joep wat YouTube, probeert zijn zus via Whatsappen te ‘pranken’ en smult er van als dat lijkt te lukken. Zelf lees ik even een boek.
Tot Joep opeens een uitspraak doet die me tot tranen weet te roeren.
Een typische Joep-uitspraak.
Denk ik.
Vooral omdat hij hem langs neus en lippen weg maakt.

Een uitspraak die zoveel zegt.
Hoe hij zich jarenlang heeft gevoeld en het leven heeft beleefd; hoe gigantisch veel hij -ondanks de platte tekst van de uitspraak- van zijn zusje houdt en hoe lekker hij nu -12 jaar oud- in zijn vel zit.

Uit het niets, op een tweepersoonsbed in Londen, kijkend naar het schermpje van zijn telefoon en tussen twee oreo’s door:
“Mam, als ik nu zou moeten kiezen wie van ons tweeën -Madelief of ik- dood zou moeten gaan, gewoon omdat je op dat moment MOET kiezen, zou ik toch ‘Madelief’ zeggen…. ik vind het leven eigenlijk te leuk.”

Van lezen kwam niks meer.
Ik was doodop.
Maar het duurde even voor ik sliep.

Standaard
Joep, Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

De tafel van Joep

Joep stampvoette
Joep brulde
Joep krijste
Joep huilde dikke tranen
Toen we hem achterlieten op de peuterspeelzaal
Joep was er nog niet aan toe
Zo sprak de ervaren peuterleidster
Over een half jaar gewoon nog eens proberen
En ik zei – snoeihard als ik ben-…
Dat we dat dus juist niet gingen doen.
Madelief vond het wél leuk op de peuterspeelzaal
Zij zou dus blijven
En Joep zou een half jaar lang twee ochtenden per week
Alleen zijn met zijn vader
Als God in Frankrijk.
Een half jaar later zou Joep ruim drie zijn
En nog minder van zins zijn
Om ‘Frankrijk’ op te geven voor de hel die peuterspeelzaal heet

Het was de stagiaire die voor Joep een tafeltje neer zette bij de deur
Waar hij zo hartverscheurend tegenaan stond te huilen.
En een leeg vel
En verf
Ze draaide het tafeltje om
Trok het wat dichter bij de groep
Nam Joep mee naar buiten
En zag dat Joep na een paar maanden aan de grote tafel zat.
Bij de groep
Waar Madelief zich allang als een vis in het water voelde

Na de peuterspeelzaal volgde uiteraard de kleuterklas.
Weer zo’n grote tafel
Weer met al die andere kinderen
Maar Joep huilde niet
Hij wist inmiddels hoe het werkte
Hoe hij zich daarbinnen moest redden
Maar kwam vaak in de verleiding om net te doen
Alsof zijn tafeltje weer bij de deur stond.
Zijn wereld tot dat tafeltje te verkleinen
Kleuterjuf sprak zijn lerend vermogen aan
Liet hem zien dat er veel te zien en te horen is in de wereld buiten het tafeltje
En dat je daar creatief mee om kunt gaan
Leuke dingen mee kunt doen

Een paar jaar ontbrak het Joep aan inspiratie
Om creatief te denken
Theorie die hij al ergens had opgehaald
Maakte school maar stom
“Alles wat ik op school leer, staat ook in de computer.”
Was Joep zijn uitleg bij deze mening.
Gelukkig en zeer toevallig kwam Joep vervolgens
In de middenbouw
Een aantal jaren na elkaar
In “De leukste klas waar je in kunt zitten.”
Waardoor school draaglijk werd.
Zo draaglijk dat Joep baalde toen hij na een dag ziek te zijn geweest
Nog een dag moest uitzieken.
Van zijn vader.
Bij zijn vader.
Als God in Frankrijk met autopech. Zoiets.
Als een kind dat in de hoek moet staan.
Met een tafeltje bij de deur.
Ver weg van waar het gebeurt.

Nu
Twee bovenbouwjaren later
Weet Joep heel goed dat zijn plek in welke groep dan ook
Niet het tafeltje bij de deur is
Daar mis je de krenten in de pap
Kun je niet goed naar de ander kijken
Want al zeg je niet van ze te leren
Zonder ze kun je ook minder goed filosoferen
Komt je humor nergens aan.

Joep is klaar voor de wereld die straks zo ongekend veel groter wordt.
Lange tijd vond hij het moeilijk te besluiten waar hij zijn tafeltje zou zetten
Niet alle argumenten wezen op deze plek
En gevoel bleek soms best lastig om te lezen

Joep verlaat de basisschool
Als een rustige, lieve jongen
Hij brult niet
Hij krijst niet
Hij stampvoet niet
(Behalve wanneer zijn computer niet doet wat hij zegt… )
Maar Joep huilde al een paar keer dikke tranen
Hij laat veel achter.
Een laatje, een tafelgroep; een klas; een team; een gebouw; een ritme.
Kringen, projecten; leuk én stom, juffen, meesters, vieringen, rekenen, taal en wat al niet meer
Alles wat inmiddels zo vertrouwd en dierbaar was
Maar niet meer op zijn tafel past
En boven alles
Madelief
Heus wel wetend dat zij er eigenlijk altijd is
Haar eigen tafeltje heeft
En dat die altijd naast de zijne staat.

 

joepkleuter

Lieve Joep,
fijne vent
Waar je tafeltje ook staat
Ik ben zò trots op jou
De weg die jij nu al hebt afgelegd
Met lef
En soms met tegenzin.
Maar altijd
Trouw
Aan jou.

Voor nu een hele fijne vakantie
En voor daarna een hele fijne, hele grote tafel
Vlak bij fijne mensen
En gewoon nog altijd
Vlak bij Madelief
En ook heel heel heel graag
Vlak bij mij!

Standaard
Joep, Madelief, Persoonlijk, Via social media gedeeld, Yvonn

Precies goed

Ze fietsen voor me.
Het dagelijkse ritje naar school.
Ze hebben mij natuurlijk allang niet meer nodig.
Maar ik moet er ook even zijn.
Madelief torent hoog boven haar broer uit.
Joep trapt zich naar naast zijn soepel fietsende zus.
Ze zeggen niet zo veel tegen elkaar.
Maar dat ben ik na bijna twaalf jaar wel gewend.
Regelmatig komt er best veel geluid uit die twee.
(Nooit door ruzie. Altijd vanwege lol.)
Maar.
Zo lagen ze ook al in de box.
Af en toe een ‘huh’ (Joep) of een kraaiend gilletje (Madelief).
Vaak een hartverscheurende huilbui (Madelief) en soms een brommerig gehum (Joep).
Grote zus kletste in ‘r eentje tien keer zo veel als zij twee samen.
Minstens.
Maar Joep wist dat zijn tijd nog komen zou.
En Madelief kon simpelweg de woorden nog niet vinden.

Joep mocht een nieuwe fiets van oma.
Haar middelbare school-cadeau. Voor hem.
Joep was zeer tevreden.
Maar heeft de fiets vooralsnog gemeden.
Hij kent zichzelf.
Is niet zo zeker op die nieuwe fiets.
En vindt dat veel te gevaarlijk in druk naar-school-verkeer.
Ik geef hem gelijk.
Prijs hem om zijn inzicht en zelfkennis.
Hij is er van overtuigd dat het wel goed komt.
In de vakantie gaat ‘ie oefenen én groeien.
Ik ga hem helpen met dat eerste.
En dat tweede vooral mentaal.
Je zou het misschien niet denken.
Maar dat heeft ‘ie soms hard nodig.
Even handje vast en samen stappen.
En dan voelen hoe je dit ook gewoon zelf kan.
Waar de theorie in grote porties tegelijk komt binnen waaien.
Om te blijven zitten op plekken waar hij het razendsnel vandaan kan toveren,
daar is de praktijk vaak veel lastiger onder de knie te krijgen.
Tot je er voor gaat.
Angst opzij omdat iedereen het toch zeker doet.
Of omdat het ooit toch moet.
Op het moment dat je stopt met bedenken en beredeneren.
Hoe ingewikkeld ook.
Dan verbaas je soms jezelf.
Dus ook ik weet: dat komt goed.

Madelief mocht ook een nieuwe fiets van oma.
Haar middelbare school-cadeau. Voor haar.
Een jaar te vroeg.
Maar absoluut niet minder nodig.
Madelief deed een dansje van plezier.
En toen nog een stuk of vier.
Kon nauwelijks wachten om naar huis te fietsen.
Ik geef haar groot gelijk.
Prijs haar om haar moed en enthousiasme.
Niks lezen, leren, beredeneren of iets met getallen.
Gewoon doen.
Ze straalt.
Ze doet niet onder voor een ander.
Voelt zich niet ‘anders’ of ‘raar’.
Want je zou het soms niet denken.
Maar daar heeft ze soms echt last van.
Tot ze zuiver op gevoel mag.
Minderwaardigheid opzij omdat jij zeker bent van je zaak.
Of omdat het ooit toch moet.
Op het moment dat je stopt met onzeker zijn.
Dan verras je soms vriend en vijand.
Dus weet: met jou komt het helemaal goed.

Ik mijmer wat
Er gaat wat tijd voorbij
We moeten naar bij de ortho
En jullie fietsen voor mij

Ik mijmer wat
Er gaat wat tijd voorbij
Orthodontist heeft gesproken
Een blok, een beugel en twee keer slotjes overal.
En jullie fietsen voor mij

Ik mijmer vaak
Er is al twaalf jaar voorbij
Jullie groeien echt als kool.
Niet eens zozeer fysiek.
Ik ben zo gruwelijk trots.
Want ik zie lief.
Aardig.
Mooi.
Rustig.
Ook heus wel eens druk.
Puur.
Authentiek.
Vol humor.
Tikje onhandig af en toe.
Ik zie ook onafscheidelijk.
Hoe dan ook.
Vrienden voor het leven.
Ik zie sociaal.
Ik zie analytisch.
Het is maar net naar welke kant ik kijk.
Ik zie twee fantastische mensenkinderen.
En vandaag.
Zie ik twee keer twaalf.

Straks.
Over nog wat weken.
Als we terug zijn van vakantie.
Krijgen ze allebei een beugel.
En, heus, ik snap inmiddels dat het moet.
Maar ik vind het eigenlijk nog steeds een stomme actie.
Ik vind ze namelijk allebei
Precies goed

fotoo voor madelief 1

Standaard